Op 25 januari 2018 beslist de (federale) Kamer over het onbelast bijverdienen met vrijetijdswerk. Jeugdleiders en animatoren zouden zo tot een bepaald bedrag betaald kunnen worden, als bijverdienste. Want in art. 114, punt 1. staat dat de wet ook geldt voor een “animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt of persoon die actief is binnen een jeugdbeweging en/of een speelpleinwerking”. De Vlaamse Jeugdraad vindt dat geen goed voorstel, en schreef daarom een open brief aan minister van jeugd Gatz.

We snappen het niet, minister…

Hoezo het onbelast bijverdienen in het jeugdwerk wordt niet afgevoerd?

Sinds deze week bestaat er heel wat verwarring rond de invoering van het onbelast bijverdienen. De federale coalitiepartners bogen zich over een maatregel uit het zomerakkoord waardoor je als burger 500 euro per maand onbelast kan bijverdienen. Het is een voorstel dat komt vanuit Open VLD en ervoor wil zorgen dat werknemers, zelfstandigen en gepensioneerden kunnen bijklussen zonder dat die inkomsten worden belast. Volgende week donderdag 25 januari wordt in de federale kamer definitief gestemd over dit voorstel.

Ook het jeugdwerk wordt hierin betrokken. De federale regering maakt het mogelijk voor verenigingen om hun animatoren te betalen voor hun inzet. Tot 500 euro per maand met een jaarlijks plafond van 6.000 euro.

Vanuit het jeugdwerk komt al van bij het begin felle kritiek op deze vernieuwing. De Vlaamse Jeugdraad pleit al langer om vrijwilligers van jeugdbewegingen, jeugdhuizen en speelpleinen uit de lijst van toegelaten functies uit het verenigingswerk te schrappen.  Het jeugdwerk gelooft rotsvast in de kracht van onbetaald vrijwilligersbeleid. En we worden daarin gesteund. Niet door de minste.

Op maandag 11 september 2017 schreef minister van Jeugd Sven Gatz een brief aan zijn medewerker Peter Dejaegher. De brief kwam tot stand na een geanimeerd groepsgesprek met jongeren op een terras ergens in Corsica (‘Snap What Minister?’ – p. 145). In die brief concludeert de minister van Jeugd het volgende:

Uit het groepsgesprek over vrijwillig engagement blijkt hoe sterk ons jeugdwerk en ons verenigingsleven in het algemeen ervan doordrongen is. Het is echt een meerwaarde voor de samenleving. Om dat zo te houden zie ik twee bedreigingen.

[ … ]

Een tweede bedreiging vormt de neiging om vrijwilligers meer en meer te betalen voor hun inzet, al zijn ze dan geen echte vrijwilligers meer. Voor sommige categorieën kun je daar begrip voor opbrengen. Sommige vrijwilligers krijgen trouwens nu al zo’n vrijwilligersvergoeding om gemaakte kosten, zoals brandstof, te recupereren.

Maar met de intrede van het vrijetijdswerk waarbij sommige mensen die nu vrijwilliger zijn, zoals sporttrainers, voor hun inzet zullen worden betaald, dreigen we vrijwilligers eerste klasse en vrijwilligers tweede klasse te krijgen.

Die evolutie is niet zonder risico. Als vrijwilligers hun engagement laten afhangen van de vraag ‘En wat schuift dat?’, verliezen we de ziel van wat decennialang de steunpilaar was van ons rijke verenigingsleven, de kosteloze inzet van honderdduizenden vrijwilligers.

En toch, ondanks de wijze woorden van de minister van Jeugd stellen we vast dat het net zijn partij Open VLD is die deze maatregel wil invoeren. Sterker nog, het lijkt dat minister Sven Gatz het allemaal maar laat begaan en niet op tafel klopt binnen zijn partij. Snappen wie snappen kan.

De Vlaamse Jeugdraad steunt de boodschap die de minister in zijn boek neerschreef en vraagt de federale coalitiepartners nogmaals gehoor te geven aan de oproep van het jeugdwerk: verwijder de begrippen jeugdanimator en jeugdleider uit de lijst van functies die onbelast kunnen bijverdienen en blijf geloven in de kracht van onbetaald vrijwilligerswerk. Het Vlaams jeugdwerk bewijst week na week schitterend werk te verrichten, waarbij de duizenden vrijwilligers jaarlijks 1 miljoen kinderen en jongeren bereikt. Zij doen dit geëngageerd en gepassioneerd, en meer nog: onbetaald. Vrijwilligers- en onkostenvergoedingen bestaan wel maar zijn een peulschil in vergelijking met de geleverde inzet. Financiële vergoedingen van welke aard ook mogen nooit de intrinsieke motivatie worden voor een vrijwillig jeugdwerkengagement. Dat klopt gewoon niet.

 

Steun je dit standpunt van de Vlaamse Jeugdraad? Speak up, in de comments hieronder!