OPINIE – Waarom niet iedereen eigenaarschap kan opnemen

23 februari 2018 | Kracht van diversiteit, Opinie

Stef Moens is stadswerker in Gent, bij Formaat.

Jongeren moeten eigenaar kunnen zijn van hun plek. En van de brandverzekering, de statuten, de bankrekening, de verwarming en de zetel die daarbij horen. Sinds begin jaren ’60 zijn zo de jeugdhuizen ontstaan. Vandaag zijn er zo’n 400 jeugdhuizen in Vlaanderen en toch weerklinkt de vraag naar eigenaarschap zo’n 50 jaar later nog steeds even luid. Deze keer weliswaar van een groep wiens stem minder goed wordt gehoord.

Want het jeugdwerk in 2018 is nog steeds een overwegend witte-middenklasse-verhaal. Nochtans is dit allerminst te wijten aan een gebrek aan initiatief bij de (weinig vertegenwoordigde) jongeren zelf. Elke dag wordt mijn motivatie om te werken in het jeugdwerk gevoed door jonge twintigers die zich vrijwillig willen inzetten voor iets dat ze zelf niet hebben gehad. Vanuit de noden die zij zien en vanuit de interesses van de jongeren in hun buurt die ze beter kennen dan wie dan ook.

Vlaanderen heeft een sterke traditie in het jeugdwerk waar we terecht trots op mogen zijn. Maar die traditie sluit groepen jongeren die jeugdwerk vandaag anders invullen uit. Beleidsmakers, maar ook het jeugdwerk zelf, nemen hun eigen leefwereld en hun eigen ervaringen in jeugdorganisaties als maatstaf.

Nieuwe initiatieven krijgen bijgevolg vaak geen ruimte om te ontwikkelen en worden geconfronteerd met onmiskenbare uitsluitingsmechanismen. Ik som er enkele voor u op.

De facturen van een startende organisatie

Van startende jeugdhuiswerkingen wordt vaak verwacht dat ze een vzw opgericht hebben (kostprijs: 187,19 euro) en een ledenverzekering hebben afgesloten (kostprijs: gemiddeld 200 euro). En een vaste locatie hebben, hun grootste kost. Soms zijn er huursubsidies, soms kunnen jongeren enkel terecht in een stadsgebouw als er wat plaats over is. Mits een waarborg van drie maanden huur (kostprijs: vaak tot boven de  1500 euro). Dan moeten de vaste kosten (huurverzekering, energie en water, Sabam, gemeentelijke taksen …) nog komen. Ondertussen wordt wel van hen verwacht dat ze een wekelijks aanbod opzetten en vorming volgen in een leeg gebouw. Een starttoelage is dan nooit voldoende om de kosten van het eerste jaar werking te dragen.

Is dat wel jeugdwerk?

Sommige van deze nieuwe jeugdhuizen leggen meer nadruk op sport, identiteitsontwikkeling en huistaakbegeleiding. Hun eigen legitieme keuze, want ze spelen in op de noden in hun buurt. Beleidsmakers hebben het er soms moeilijk mee om dit soort werkingen binnen het beleidsdomein jeugd te ondersteunen.

‘Ze kunnen toch bij de sportclub terecht?’ Nee, want ze voelen zich niet thuis in de kantine na de match, worden geconfronteerd met regelrecht racisme op en rond het veld of kunnen dat simpelweg niet betalen. ‘Een gespreksavond met een religieuze insteek heeft toch geen plaats binnen jeugdwerk?’ Jawel, want dit  is voor veel jongeren een houvast in hun zoektocht naar identiteit. Overal zouden zo’n gesprekken moeten kunnen plaatsvinden in een vertrouwde, veilige en zichtbare context. Ging nog niet zo lang geleden de pastoor niet mee op elk jeugdbewegingskamp?

Het beschermen van de grenzen van wat jeugdwerk is, wordt niet enkel door de lokale besturen in stand gehouden. Ook door het jeugdwerk zelf, zeker wanneer de subsidiepot verdeeld moet worden. Gelukkig hoor ik meer en meer pleidooien voor evenwaardigheid van alle jeugdwerkvormen en om het idee ‘traditioneel’ of ‘regulier’ jeugdwerk te verlaten. Maar we zijn er nog niet.

Afhankelijkheid van eigen inkomsten

Subsidies alleen volstaan voor jeugdhuizen vaak niet om een breed aanbod te voorzien. Daardoor wordt de verkoop van drank (en alcohol) vaak ingezet om eigen werkingsmiddelen binnen te krijgen. Maar sta eens even stil bij de rol van drank als bron van inkomsten binnen bepaalde jeugdhuizen en andere jeugdorganisaties, maar evenzeer in het voorbestaan van de voetbalclub van je eigen talentje. Jeugdhuizen zonder drankinkomsten raken moeilijker opgestart dan witte middenklasse jeugdhuizen, en hebben het moeilijker om te overleven. Hierdoor hebben bepaalde jeugdhuizen een competitief nadeel ten opzichte van andere jeugdwerkvormen, maar daarvoor worden ze zelden gecompenseerd. Probeer op een avond maar eens vijf cola’s te drinken.

Een nadeel dat je ook niet zomaar wegwerkt door hen aan te moedigen dan maar wekelijks een benefiet te organiseren. Veel van deze startende initiatieven hebben vandaag bijgevolg alleen maar kans op (financieel) overleven als ze terugplooien op hun buurt, hun gemeenschap of moskeewerking. Daar ontwikkelen ze zich verder, onzichtbaar en onbekend voor lokale besturen en het bestaand lokaal jeugdwerk. Dat is geen ‘apartheid’, zoals sommige beleidsmakers denken, dat is noodzaak.

Middelen anders en beter verdelen

Jongeren eigenaarschap geven van hun aanbod in hun buurt, dat vereist meer en betere financiële mogelijkheden. Ik pleit voor een subsidiekader dat aangepast is aan de noden van álle jongeren en de focus legt op waar het echt om gaat: processen opzetten met jongeren. Maak dat een groep jongeren die iets wil opstarten voor en met de jongeren in hun buurt niet hoeven te kiezen voor zo veel mogelijk (alcohol)consumptie. Of zelfs helemaal geen drank hoeven te verkopen (iedereen brengt zijn eigen drank mee), omdat niet iedereen voldoende zakgeld heeft om het te betalen.

Laten we elk startend initiatief écht aanmoedigen, helpen en ondersteunen. Misschien moeten de grote spelers de kleintjes mee mogelijk maken. Zelf herverdelen op microniveau dus, om een bredere groep jongeren kansen te geven. Moeten de grote spelers bijvoorbeeld blijven springen op elk projectpotje?

Als we echt jeugdwerk zo divers willen maken als Vlaanderen zelf, is er bovendien meer geld nodig, niet louter een andere verdeling. Ik ben me ervan bewust, het is een open deur intrappen. Maar dezelfde koek verdelen over meer gegadigden, dat zorgt sowieso voor verschraling. En als we niets veranderen, blijven de sterksten het meeste geld krijgen, ongeacht of hun werking is aangepast aan wat jongeren uit de buurt vandaag willen. Laten we alle jongeren de kans geven om eigenaar te zijn van hun aanbod in hun buurt. Zorg dat ze de financiële mogelijkheid hebben om hun jeugdwerking uit de grond te stampen. Zorg dat ze niet ten ondergaan aan vaste kosten. Compenseer diegene die minder eigen middelen kunnen verzamelen om in een aanbod te voorzien en laat jongeren zelf bepalen wat jeugdwerk is.

 

Kun je je vinden in de oplossingen van Stef? Zeg ’t hieronder!