OPINIE – Het gaat vanzelf, maar niet vanzelf sneller

18 januari 2018 | Kracht van diversiteit, Opinie

Joris De Bleser is voorzitter van Formaat Jeugdhuiswerk Vlaanderen vzw. Hij vindt dat meer jongeren mogen opstaan om onze organisaties in praktijk – en dus niet alleen in papieren plannen – echt diverser te maken.

Wat als de drie koningen uit het kerstverhaal wijze koninginnen waren? Zouden ze onderweg de weg hebben gevraagd, en er vroeger zijn geweest dan 6 januari? Zouden ze goud, wierook en mirre hebben meegebracht als cadeau voor de nieuwe ouders? Zouden ze zich hebben neergezet bij de kribbe, of zich meteen nuttig hebben gemaakt?

Ach, ik hou wel van zo’n geestige denkoefening. Om buiten de lijntjes te denken die we altijd hadden. Alleen zo kunnen we proberen om onze veranderende leefomgeving bij te benen, in hoe we samenleven. Zijn we nog juist bezig? Kan het niet anders, en beter?

Vroeger was het niet simpeler, vandaag is het wel anders

De wereld waarin ik nu leef is grondig anders dan toen ik kind was. Men zegt wel eens dat het toen eenvoudiger was, minder complex. Ik geloof daar niks van. Het is de herinnering die ons romantisch doet terugkijken naar hoe het vroeger was.

Er zijn natuurlijk wel duidelijke verschillen. Toen ik piepjong was, leefde ik in een witte wereld met witte mensen in een min of meer homogeen witte cultuuromgeving. Mijn vader was wel geboeid door muziek uit Afrika, Azië en Amerika. Mijn opvoeders leerden mij de basisbeginselen van openheid, verdraagzaamheid, naastenliefde en rechtvaardigheid.

Pas op mijn eenentwintigste werd ik ondergedompeld in een nieuwe wereld, die van het buurt- en jeugdwerk. Ik zag met eigen ogen dat onze samenleving in hoog tempo een nieuwe veelkleurige jas aantrok.

We groeien en evolueren

Ik zag en zie – al meer dan 25 jaar – dan ook jong, veelkleurig talent groeien. Ik zie hun ogen soms blinken van plezier, en ik zie hoe moeilijk het soms is. Hun kracht, verantwoordelijkheid en deskundigheid, hun energie en motivatie om al die kennis via vorming door te geven, hun goesting en nieuwsgierigheid die me herinnert aan toen ik eenentwintig was … die ontroeren me zelfs.

Er staat toptalent voor onze deur. Met ongeduld om erbij te mogen, om mee naar het stuur te grijpen. En gelijk hebben ze. Maar men trekt mij, als voorzitter van een grote, belangrijke middenveldorganisatie, aan de mouw. Waarom nog niet al onze hoekjes divers gevuld zijn. Waarom dat niet sneller gaat. Als 40-plusser ben ik echter hoopvol geduldig. Geduldig voor verandering. Want het zàl veranderen, dat vertrouwen heb ik.

Je kunt niet geloven hoe welkom je bent

Ik hoef niet overtuigd te worden van de meerwaarde en potentieel van diversiteit. Tot in de beslissingsstructuren van de jeugdsector moet die er zijn, absoluut. Meer zelfs, dat ìs aan het gebeuren. Oké, misschien gebeurt het vandaag nog te traag, toevallig en vrijblijvend. Wel, dan moet onze aanpak meer gepland en beter begeleid worden. Maar dat lukt alleen met de drive van jong, divers talent.

Ik voel sommigen hun frustratie in mijn geduld. Hun defensieve kramp. Of Calimero-reflex (‘zij zijn groot en ik is klein, dat is toch niet eerlijk’). Maar desalniettemin gaat het alleen sneller als al dat divers talent hun interesse toont, op plekken die ertoe doen. Proactief, niet wachtend aan de zijkant. Klagen en zelfmedelijden brengen geen zoden aan de dijk. Daarmee geraak je niet in een dialoog. Wel een realistische en milde ingesteldheid. Doe mee, denk mee, groei mee, plan mee. Wij zijn er echt klaar voor, er is plaats en tijd. Bakstenen en cement liggen klaar, het bouwen kan beginnen.