Het jeugdwerk speelt op verschillende manieren een rol in het leven van kinderen en jongeren. In hun vrije tijd, maar ook op school, in hun zoektocht naar werk, in hun veerkracht in moeilijke situaties. Dat heeft gevolgen voor de relatie tussen het jeugdwerk en andere spelers in de samenleving. Op kruispunten kunnen projecten vanuit verschillende levensdomeinen vertrekken. We zochten op 20 december 2017 uit hoe dat kan en welke uitdagingen zich stellen. We organiseerden in de jeugdwerking De Branderij van JES in Borgerhout een debat rond “kruispuntwerken”: hoe doet het jeugdwerk dat in de praktijk? Met wie en waarom slaat het jeugdwerk de handen in elkaar, in de sectoren van arbeid, onderwijs, cultuur, welzijn …?

Wie waren onze experten?

  • JACO De Branderij is een jeugdcentrum in Borgerhout waar we een geïntegreerde werking bieden rond Jeugdwerk, Arbeid, Competenties en Onderwijs. Kinderen, tieners en jongeren van 6 tot 25 jaar kunnen er terecht voor een sterk vrijetijdsaanbod, maar krijgen ook ondersteuning bij hun vragen over hun schoolloopbaan en hun zoektocht naar werk. De leefwereld en de behoeften van de jongeren staan centraal in deze werking. Ze passen hun activiteiten dan ook aan aan de vragen en noden van de kinderen en jongeren. Bekijk hier een beeldverslag van de rondleiding door Filip Balthau en Jan Eijkelenburg van JES.
  • Praktijkverhalen over jeugdwerk op vele kruispunten door Axel Dingemans (Formaat Antwerpen), over transformatie tot netwerkorganisatie door Erik Van Woensel (Arktos), over lokaal jeugdbeleid door Hannes Vanmeenen (Stad Kortrijk) en over het kruispunt onderwijs-jeugdwerk door Caroline Steyaert (AFS). Bekijk hier de samenvattende slides.
  • Reacties van drie experten uit andere sectoren waarmee we op verschillende manieren verbinding maken: voor bijzondere jeugdzorg:Greet Lamote van Emmaüs Jeugzorg Antwerpen, voor sport David Nassen van ISB, voor onderwijs Elke Dewinter (KDG Hogeschool).

Quotes

Op niveau van jeugdwerkers

“Welke verwachtingen stellen we aan een jeugdwerker? We spelen in een brede leer- en leefomgeving en dat vergt wel wat van jeugdwerkers. Zij moeten dus gesterkt worden om dat op een duurzame, integrale manier te blijven doen. Jeugdwerkers hebben vaak zelf een ander beeld van hun job. Ze willen graag met jongeren werken, maar moeten dan ook nog aan indicatoren van de VDAB voldoen. We hebben soms vaak een toevalstreffer dat veel samenkomt in één persoon.” – Axel Dingemans, Formaat

“We praten te vaak over structuren en organisaties. Een netwerk gaat over relaties tussen mensen. Het start al bij de opleiding van jeugdwerkers. Die competentie opbouwen moet in de opleiding zitten. Maar dat is ook heel fragiel en broos. Je werkt met mensen en van zodra zij vertrekken valt alles plat. Als we dat willen verduurzamen, dan moet dat vooral in mensen hun hoofd en hart zitten. Wetende dat het jeugdwerk om de 2 jaar zichzelf vernieuwt maakt dat het nog eens complexer.” – Hannes Vanmeenen, Stad Kortrijk

“Vooral een oproep aan jeugdwerkers om niet af te schermen, maar de samenwerking actief op te zoeken en bijvoorbeeld wél contact op te nemen met ouders om jongeren te kunnen bereiken.” – Greet Lamote, Emmaüs Bijzondere Jeugdzorg

“Alle hogeschoolopleidingen kiezen ervoor om generalistischer sociaal werkers op te leiden en dat is vooral gedreven vanuit de competenties die nodig zijn om op het kruispunt te kunnen werken.” – Elke Dewinter – KDG

“Uitdaging om de link met ouders te durven maken en bvb uitleggen wat het jeugdwerk precies inhoudt. Wat is de winst van het jeugdwerk en dat moeten we aan bvb een vluchteling kunnen uitleggen, want dat is veel vager dan bijvoorbeeld voetballen.” – Greet Lamote, Emmaüs Bijzondere Jeugdzorg

Op niveau van een organisatie

“Integraal werken. Dat is allemaal niet zo simpel als organisatie. Financieel heeft dat allemaal verschillende lijnen en als organisatie moet je dat allemaal managen. Maar de jongeren zelf merken daar eigenlijk niets van. En zo hoort het te zijn. Huiswerkbegeleiding daar kan je van afvragen of dat jeugdwerk is, maar kinderen en jongeren krijgen dat wel mee vanuit school en dus doe je daar beter iets mee, want thuis hebben ze vaak de ruimte, rust, begeleiding, enz. niet om dat op een goede manier te doen.” – Axel Dingemans, Formaat

“Als jeugdorganisatie missen we vaak de mankracht om uit te blinken in dit integraal verhaal. Desondanks worden we vaak als good practice aangehaald, maar we zijn dat eigenlijk niet.” – Axel Dingemans, Formaat

“Door kruispuntorganisatie te zijn krijgen jongeren wel ongelooflijk veel kansen om competenties en talenten te ontwikkelen.” – Caroline Steyaert, AFS

“Organisatievormen en waardensystemen spiegelen zich, bewust of onbewust, aan de evoluties in de samenleving. Soms bieden ze een antwoord op de prangende vragen die ons op een bepaald moment bezighouden. In het beste geval lopen organisaties voorop en organiseren ze zich zodanig dat ze de samenleving actief mee vorm geven.
De in het verleden gecreëerde niches, als antwoord op de toenmalige uitdagingen, vormen niet langer de voedingsbodem van waaruit we de toekomst vorm zullen geven. De traditionele opdeling in sectoren, levensdomeinen, soorten jeugdwerk, profit versus social profit … resulteert in eendimensionale oplossingen voor meerdimensionale uitdagingen.” – Erik Van Woensel, Arktos

“Waarom een netwerkorganisatie zijn? Maximale impact hebben op de brede samenleving. Ons werkterrein is de planeet en niet een wijk of stad. Hoe zetten we kinderen en jongeren mee aan het stuur van een kansrijke leef-, leer-, werk- en speelomgeving? De traditionele opdeling in sectoren, levensdomeinen, werkvormen, soorten jeugdwerk, enz resulteert in ééndimensionale oplossingen voor meerdimensionale problemen. Arktos zal als enige geen antwoord geven op complexe problemen. Daarvoor heeft Arktos anderen nodig.” – Erik Van Woensel, Arktos

“Borg en versterk je organisatie identiteit. Arktos ziet voor een project zijn medewerkers gemiddeld 1 dag per week. Die worden heel hard versterkt door de vele interactie met andere organisaties. Op die ene dag per week is het wel belangrijk om terug dat Arktos clangevoel op te bouwen.” – Erik Van Woensel, Arktos

“Kruispuntorganisatie wordt heel positief voorgesteld. Je moet waakzaam blijven om je eigen identiteit boven water te houden. Behoud je logica als jeugdwerkorganisatie. Verlies je eigen identiteit niet uit het oog. Basiseducatie zit nu in een onderwijslogica en dat is een heel andere logica van waaruit ze vertrokken zijn. Daar staan nu leerkrachten en geen sociaal werkers meer. Ze verliezen dus het vertrekken vanuit de leefwereld uit het oog. Soms botsen de logica’s van waaruit je vertrekt en daar zal je in de samenwerking moeten uit geraken. Kies dus bewust met wie je een partnerschap opneemt en met wie niet.” – Elke Dewinter, KDG Hoge school lector sociaal-cultureel werk

Op niveau van de sector en beleid

“Het gaat hier niet enkel over jeugdwerk, maar het gaat net veel breder. Impact creëren doe je door in andere beleidsdomeinen dingen in beweging te zetten.” – Caroline Steyaert, AFS

“Doelgroepen moeten centraal staan en niet de administratieve en politieke lijn. De filosofie van machtsgebieden zorgt er vaak voor dat samenwerken moeilijk is of de jongeren centraal stellen heel complex is. Het is de uitdaging om een model te vinden dat antwoord biedt op het meisje of de jongen in de straat centraal stellen en dat flexibel kan variëren tussen een instuifwerking, een werkinfopunt, een sportaanbod, enz.” – Axel Dingemans, Formaat

“Projectmatig werken drijft ons tot middelmatig werken. Door steeds verantwoording af te leggen over doelstellingen en indicatoren verlies je het grotere doel uit het oog. Je hebt geen gesprek over het feit of je iets in de wijk veranderd hebt.” – Axel Dingemans, Formaat

“1 van de prioriteiten vanuit Stad Kortrijk is juist een netwerk uitbouwen via samenwerking met andere organisaties: Omdat we ervan overtuigd zijn dat we als stad maar heel beperkte impact hebben. Omdat de leefwereld van kinderen en jongeren veel breder is dan de stadsthema’s en zeker vrije tijd. Omdat we overtuigd zijn dat we met samenwerken méér zullen bereiken.” – Hannes Vanmeenen, Stad Kortrijk

“Kind- en jongerengericht netwerk uitbouwen: Er is veel bij te winnen, maar er kruipt veel tijd en energie om organisatie-overschrijdende samenwerkingen op te zetten. Daar een duurzaam karakter inzetten vergt moeite. Niemand voelt zich verantwoordelijk, maar net daarvoor is de functie van kinderen programmaregisseur, kind- en jongerenvriendelijke stad, er om daar telkens op te wijzen.” – Hannes Vanmeenen, Stad Kortrijk

“Het denken in instrumentalisering is hier veel gangbaarder. Bijvoorbeeld jeugdwerk inzetten om andere doelen te bereiken is al veel sterker doorgedrongen in het jeugdwerk dan in de sport. Procesdenken is in jeugdwerk ook veel meer aanwezig dan bij sport.” – David Nassen, ISB

Samenvattende uitdagingen en hefbomen

We zoeken naar antwoorden op uitdagingen op drie niveaus: individueel niveau van de (professionele en vrijwillige) jeugdwerkers; niveau van de jeugdwerkorganisaties; niveau van het beleid/samenleving.

Sommige praktijkverhalen lenen zich meest om in te zoomen op het ene of het andere niveau. dat is prima. Samen kunnen we vanuit de verschillende verhalen en reflecties antwoorden/aanbevelingen formuleren voor de drie niveaus.

Niveau 1: Uitdagingen jeugdwerkers (vrijwilligers en professionals)

  • Hoe bouw je als jeugdwerker bruggen naar andere levensdomeinen?
  • Welke vaardigheden heb je daarvoor nodig als jeugdwerker?
  • Waar start en eindigt uw verantwoordelijkheid als jeugdwerker?
  • Wat brengen we binnen als jeugdwerkers in andere sectoren/beleidsdomeinen?
  • Welke uitdagingen/valkuilen doen zich voor als “kruispuntwerker”?
  • Wat zijn gouden tips voor jeugdwerkers op een kruispunt?

Verslag hefbomen/uitdagingen doorheen de praktijkverhalen en reacties erop

  • JCC – zet Jongeren Consequent Centraal als principe en draag dat zeer gericht uit in je hele werking.
  • Jeugdwerkers werken niet gewoon voor de eigen organisatie, maar werken steeds meer echt voor kinderen en jongeren en het netwerk dat nodig is om de kinderen en jongeren sterk te ondersteunen/versterken.
  • Overleg is erg belangrijk – zeker back office in je eigen organisatie: deel kennis met elkaar, motiveer je eigen personeel om kennis actief te delen met “con-cullega’s”; pak die zelfs in huis voor een goede kruisbestuiving en erken elkaars kwaliteiten en sterktes.
  • Statuut van de integrale jeugdwerker en barema’s hierrond versus de hoge uiteenlopende verwachtingen.
  • Door goed personeelsbeleid verzorg je ook kennis en effectiviteit.
  • Jeugdwerkers moeten zich verbonden voelen met sterke identiteit van de netwerkorganisaties en geloof/vertrouwen hebben in de kracht van de partner(s)
  • We moeten van consensus naar consent gaan en ons hier flexibel in opstellen. Consent betekent toestemming. Consent als basis voor besluitvorming houdt in dat een besluit genomen is, wanneer geen van de aanwezigen beargumenteerd en overwegend bezwaar heeft tegen het nemen van het besluit. Consent verschilt van consensus in de zin dat degene die “consent geeft” niet “voor” het voorstel hoeft te zijn, alleen maar “niet tegen”.
  • Jeugdwerkers zijn sociaal ondernemers. Dat geeft veel uiteenlopende uitdagingen.

Om als jeugdwerker echt een goed netwerk rond een jongere op te bouwen moet je de taal en cultuur van de andere sectoren en beleidsdomeinen leren hanteren en inzetten. Binnen zo’n partnerschappen en brede netwerken moet je ook waakzaam zijn en de jeugdwerkidentiteit behouden, expliciteren en je er zeer bewust van zijn. Belangrijk om als jeugdwerker echt actief rond te kijken in een buurt en je goed bewust te zijn van welke andere instellingen, organisaties er allemaal zijn die ook voor jongeren werken. En daar actief bruggen mee bouwen. De mentaliteit (jongeren consequent centraal, sterk netwerk rond de jongeren bouwen, kracht van de eigen jeugdwerkidentiteit durven naar voren schuiven) moet voorgaan op de structuren.

Niveau 2: Uitdagingen jeugdwerkorganisaties

  • Hoe kan je als organisatie samenwerken met andere sectoren? Hoe kan je inbreken in andere sectoren en uitbreken uit de jeugdwerksector?
  • Wat brengen we binnen als jeugdwerkorganisatie in andere sectoren/beleidsdomeinen?
  • Wat kunnen we leren van andere sectoren/beleidsdomeinen?
  • Welke uitdagingen geeft het kruispuntwerken voor jeugdwerkorganisaties? (naar organisatiebeleid; naar personeelsbeleid; naar netwerkbeleid)
  • Op welke thema’s bouwen jeugdwerkorganisaties momenteel bruggen over kruispunten? Wat leren we hieruit?

Verslag hefbomen/uitdagingen doorheen de praktijkverhalen en reacties erop

  • Om jongeren goed te omkaderen, is het noodzakelijk om als organisatie echt beleidsdomeinoverschrijdend te werken.
  • Voor een organisatie wil dat zeggen dat er extra vele werk in the back office nodig is, bv het overleg gaat daardoor omhoog omdat je met vele partners moet samenwerken en daar extra mankracht voor nodig hebt.
  • Jeugdwerk is geen project: er is nood aan meerjarenplannen en bewust investeren in solide organisaties, zodat er niet jaarlijks op andere thema’s of acties moet ingezet worden.
  • Meer samenwerking tussen organisaties is nodig: niet beconcurreren, maar echt elkaars sterktes benoemen en inzetten en daar strategisch mee omgaan naar beleidsmakers toe. Zo kan je samen groeien. Hiervoor moet de kennis die bij de jeugdwerkers zit, gedeeld worden en moeten de diensten gedeeld worden. (“wikinomics”: is based on four ideas: Openness, Peering, Sharing, and Acting Globally.)
  • Jeugdwerkorganisaties moeten netwerkorganisaties worden. En dat wil niet zeggen dat ze gewoon moeten samenwerken met andere organisaties. Omdat de samenleving veel complexer geworden is. (visie op langere termijn; uitgesproken identiteit; openheid in bvb kennis delen; co-creatie (geloof/vertrouwen in de andere); duurzame resultaten; flexibiliteit; consent)
  • Er zijn ook valkuilen aan zo’n netwerkgerichtheid: niemand is verantwoordelijk; eigen prioriteiten worden soms vooropgesteld ipv prioriteiten van het netwerk; een stad is geen netwerk van diensten.
  • Je bereikt als organisatie wel echt meer als je ook op kruispunt met andere domeinen werkt (hetzij andere beleidsdomeinen, hetzij internationale domeinen, …). Dat verhoogt je impact.
  • Een kruispuntorganisatie zijn is een grote uitdaging, maar zorgt ook voor veel dynamiek en positieve verandering in je organisatie.
  • Zijn er in andere sectoren organisaties die zo actief inzetten op kruispunten?
  • Het is niet evident om in zo’n netwerkingen je eigen identiteit als jeugdwerk te tonen, behouden, versterken. Wees daar behoedzaam genoeg voor.
  • Jeugdwerkorganisaties hebben een eigen logica en een eigen positie.
  • Netwerk zit vast aan mensen. Jeugdwerkmedewerkers wisselt vaak, dat geeft extra uitdagingen, want dan moet dat netwerk elke keer opnieuw worden opgebouwd.

Niveau 3: Uitdagingen beleid en samenleving (samenwerkingsmodellen)

  • Welke samenwerkingsmodellen zijn kruispunten ter ondersteuning van jongeren? Wat leren we hieruit? Welke modellen werken wel? Welke niet?
  • Wat zijn huidige/vernieuwende beleidsinstrumenten die intersectoraal werken ondersteunen?
  • Welke beleidsantwoorden hebben lokale overheden al gevonden om samenwerking tussen domeinen echt structureel te realiseren?
  • Wat kunnen we op Vlaams niveau daarvan leren?
Verslag hefbomen/uitdagingen doorheen de praktijkverhalen en reacties erop
  • Beleid moet echt op zoek naar een logica die vertrekt vanuit de doelgroep(en). Out of the box durven denken om nieuwe beleidsinstrumenten te realiseren.
  • Duurzame financiering is nodig op basis van meerjarenplannen ipv projectmiddelen en actieplannen.
  • Er zit vaak geruis op de manier van samenwerken door verwarring over regierol en eigenaarschap en verantwoordelijkheden.
  • Krachtig samenwerken, ook vanuit beleid, is noodzakelijk vanuit vertrouwen, geloof, co-creatie.
  • Belangrijk als organisatie om te durven een deal te sluiten (gezamenlijk met andere jeugdwerkorganisaties bvb), de ruimte op te vullen vanuit je eigen jeugdwerklogica en die ruimte te nemen.
  • Er zijn beleidsinstrumenten nodig die beleidsdomeinen verbinden en gemeenschappelijke doelstellingen formuleren, wederom vertrekkend vanuit kinderen en jongeren.

Graag verslag in nog meer detail? Dat vind je in dit document, vanaf pg. 10.