10 TIPS voor meer vrije ruimte in je organisatie

10 januari 2018 | De voorlezer, Kracht van experiment, Opinie

Sara Pillen is een 23-jarige vrijwilliger die je als bestuurslid op kinderboerderij Diggie, als speelpleinanimator bij Oranje, als instructeur bij Lejo, Uit De Marge, Tumult en De Aanstokerij vindt. Ze reageerde op onze oproep en las ‘Tussen ruimte, kunst en kapers’, een boek van Demos over creatieve vrijhavens … en vertaalde dat voor jeugdwerkers.

Hoe kan het jeugdwerk ook vrije, creatieve ruimte bieden?

10 tips gedestilleerd uit ‘Tussen ruimte, kunst en kapers’

 

1. Geef eigenaarschap

Als een jeugdwerkorganisatie goed buiten de lijntjes kleurt en tradities overboord durft gooien, kan het een vrijhaven zijn. Je moet dan wel echt vanuit jongeren vertrekken, naar hen luisteren en hen eigenaarschap geven. Dat kan ook in kleine stapjes: door je locatie bijvoorbeeld tijdelijk in handen van jongeren te geven en het te laten veranderen, door je activiteiten te variëren (iets proberen dat jullie nog nooit deden, iets waar de deelnemers expliciet om vragen), door jongeren door te verwijzen naar andere organisaties, wanneer je merkt dat ze gebeten zijn door een passie en een meer aangepaste vrijplaats zoeken.

2. Verken de zure zone 

De ‘zure zone’ is het deel van je werking dat niet voldoende door de overheid erkend of gesubsidieerd wordt. Een terrein dat het jeugdwerk desalniettemin moet benutten, ook al krijgt het er geen geld voor. Maar, zoals de auteurs stellen, die zone mag niet ‘verzuurd’ geraken. In een doodgebloed project, met medewerkers die hun drijfveer kwijt zijn, moet je niet blijven doorgaan. Experimentele projecten mogen gerust tijdelijk zijn. Loslaten mag, en moet. Beter goed afronden, en de vrijgekomen ruimte, energie en tijd voor iets nieuws inzetten.

3. Sta toe … dat jongeren falen 

Jongeren mogen op hun bek gaan. Jeugdwerk dat jongeren de ruimte geeft om zelf dingen te realiseren, weet dat dat soms ook eens mislukt. En laat dat toe. Goed falen zorgt er voor dat je leert èn verbetert.

4. Zoek partners 

Binnen en buiten het jeugdwerk zitten interessante partners voor experimentele projecten. Die kruisbestuiving kan mooie dingen maken. Zet daarom je deuren open en verken de andere werkingen rondom jou, ook die in de verte. 

5. Laat je identiteit niet los 

Blijf je als jeugdwerkorganisatie bewust van je eigenheid. Zoek daarbinnen de vrije ruimte voor kinderen en jongeren. ‘Creatieve ruimte geven’ betekent niet dat jullie opeens kunst moeten maken, als dat niet jullie expertise is. Dat is ook je werking invullen met activiteiten, een evenement organiseren, meewerken aan het beleid van een organisatie … iets waar veel jongeren talent voor hebben en waarmee je hen kunt laten experimenteren. Kijk naar je structuur, kijk naar je ruimtes, kijk naar de gaatjes ertussen.

6. Maak tijd 

Binnen de planning van je activiteiten en ruimtes, binnen de administratie (bv. wil je subsidies aanvragen, dan kost dit tijd) …

7. Verlaag drempels 

Om je organisatie te leren kennen (bv. ga de straat op, doe een pop-up-werkingsmoment op een publieke plaats), om vrijheid te nemen (bv. inloopruimte of ‘lab’ waar zoveel mogelijk kan en mag, zonder dat iets moet). 

8. Gebruik enthousiasme als maatstaf

Baseer je conclusie over het slagen van het project op de motivatie en het enthousiasme van je deelnemers, op de vaststelling of ze mensen meepakken naar het project. 

9. Maak een netwerk 

Vrijplaatsen in het jeugdwerk zijn een vangnet én een trampoline. Ook een jeugdwerkorganisatie is een veilige plek waar een jongere zijn ding kan doen, zich kan uitleven, zonder schrik te moeten hebben om bekritiseerd te worden, waar hij opnieuw mag proberen als het misloopt. Jeugdwerk kan kinderen en jongeren succeservaringen laten kennen, hen laten uitzoeken wat werkt voor hen, zonder onderschat te worden. Als experimenteerplek kan jeugdwerk hen sterker maken, en de sprong naar de volwassen wereld vergemakkelijken. Vinden ze een plaats om hun ding te doen, een netwerk dat hen ondersteunt, dan is het maar een kleine stap om de samenleving te overtuigen dat waar ze mee bezig de moeite waard is. Het sleutelwoord hierin is ontmoeting: als jeugdwerkorganisatie creëer je banden tussen kinderen en jongeren, en breng je hen in contact met heel wat andere organisaties. Je geeft hen zo een netwerk.

10. Geef vertrouwen, geen doelstellingen 

Beleidsmatig is er ook wat te overwinnen. Het is natuurlijk best moeilijk om toe te laten dat er geen specifieke doelstellingen of meetbare resultaten zijn. Om de invulling van de vrijplaats niet op voorhand in te kleuren. Om plaats te geven aan maatschappijkritiek, rebellie en zotte nieuwe ideeën. Ook voor een overheid is dat moeilijk, het vergt heel wat vertrouwen om daarin te investeren, en geen verantwoording te vragen. Toch verdienen unieke, kleine, lokale organisaties meer erkenning van de sector en de jeugdwerksector. De kracht van het Vlaamse jeugdwerklandschap ligt net in die diversiteit.

 

Wat denk jij? Is dit zinvol of van de pot gerukt? Is dit haalbaar of te veel gevraagd? Reageer gerust hieronder!